Olympische winterspelen sporten

Een olympische sport is een sport die voorkomt bij, of ooit deel heeft uitgemaakt van de Olympische Spelen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen olympische zomersporten, die deel uitmaken van de Olympische Zomerspelen, en olympische wintersporten, die deel uitmaken van de Olympische Winterspelen.
De sporten van de Olympische Winterspelen zijn:

Biatlon: Biatlon (1960)

Bobsleeën: Bobsleeën (1924) en Skeleton (1928)

Curling: Curling (1998)

IJshockey: IJshockey (1920)

Rodelen: Rodelen (1964)

Schaatsen: Kunstschaatsen (1908), Schaatsen (1924) en Shorttrack (1992)

Skiën: Alpineskiën (1936), Freestyleskiën (1992), Langlaufen (1924), Noordse combinatie (1924), Schansspringen (1924) en Snowboarden (1988)

Door: Minke Claassen.

langlaufen

Langlaufen is een manier van voortbewegen op latten door de sneeuw. Het wordt in de winter als sport beoefend en is ook een Olympische sport. Het is 'lopen en glijden op latten' in vlak of licht glooiend terrein. Behalve twee (langlauf)ski's, heeft men ook twee stokken nodig.

Het langlaufen wordt op verschillende niveaus beoefend en er zijn ook verschillende technieken. De niveaus lopen uiteen van recreatief langlaufen tot volledige marathons of toertochten. De twee technieken die er zijn zijn : 'de klassieke stijl', hierbij zet men zich voornamelijk af met de ski, ondersteund door de stokken, 'loopt' men met de ski's. De 'vrije stijl' lijkt op de schaatstechniek; men zet zich zijwaarts af met, of soms zonder, stokken. De stokken hebben bij de skatingtechniek een groter aandeel in de voorbeweging dan bij de klassieke techniek.

dit is geschreven door Minke Claassen.

freestyleskiën
Freestyleskiën is een vorm van skiën, waar zowel kracht, techniek als artistiek vermogen een belangrijke rol speelt. Sinds de Olympische Winterspelen 1988 is de sport een Olympische demonstratiesport. Vanaf de Olympische Winterspelen 1992 staat de sport op het officiële programma.
dit is geschreven door Minke Claassen.

Alpineskiën
Het alpineskiën onderscheidt zich van het skiën op de Noordse wijze doordat men bij het alpineskiën met de gehele voet vast geklemd is aan de ski. Bij de Noordse wijze is men alleen met de voorvoet bevestigd en zijn de hakken vrij.

Het alpineskiën is ontstaan toen de ski (ontstaan in Noorwegen) zijn weg vond naar de steilere en hogere Alpen (eind 19de eeuw). Al snel bleek dat het voor de lange afdalingen praktischer is de voet vast te klemmen op de ski. De binding hiervoor is uitgevonden door Mathias Zdarsky, die tevens de eerste slalomwedstrijd heeft georganiseerd en die het eerste handboek over skiën schreef.

Ondertussen is het alpineskiën niet meer voorbehouden aan de Alpen. De techniek heeft de Noordse wijze overvleugeld en wordt over de gehele wereld -inclusief de Noordse landen- beoefend. Dit is vooral ook te danken aan de ontwikkeling van skiliften, waarmee het aanzienlijk gemakkelijker werd om op de hogere bergen te komen, om er dan dus in "alpine" stijl van af te dalen.
dit is geschreven door Minke Claassen

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License